Zoeken

Paper&Zout

De etalage van mijn liefde voor taal met verhalen die niet per se waar zijn

Categorie

Liefde voor schrijven

Tekst

Met oprechte deelneming: HOU OP MET ME

Mijn oma is dus vorige week overleden en afgelopen maandag begraven. In de algehele tristesse werden wij bedolven onder condoleances in allerlei vormen. Doorgaan met het lezen van “Met oprechte deelneming: HOU OP MET ME”

Inzichten vanaf de statafel

Het is een dinsdagavond in november, 20.30 uur. De straatjes om me heen zijn smal en buiten is het donker. Donker, maar toch warm. Warmer dan thuis in ieder geval. En ik zit alleen aan een statafel in een restaurantje in Barcelona. Voor mij staat een halfvol glas rode wijn (duidelijk ruimte voor meer), mijn Moleskine schrijfblok en daarnaast liggen drie saté-prikkers en een leeg, plastic bakje. Die prikkers en het bakje gebruikt de meneer achter de bar zo om te bepalen hoe veel ik heb gegeten en hoe veel ik moet betalen. En in mijn schrijfblokje krabbel ik. Gewoon wat gedachtes, verhalen en herinneringen. Soms fictie, soms non-fictie.

Barcelona is de stad waar ik dacht te gaan wonen, als ik later groot zou zijn. Ik was toen vijftien en vraag me af of ik dat Later van toen al gepasseerd ben. Of misschien is het wel nu. Is later nu: 32 jaar en twee eigen bedrijfjes? Hoe dan ook, denk ik nog steeds dat ik later best in Barcelona zou kunnen wonen.

Dat alleen aan een statafel zitten, is wel een dingetje. Vind ik. Het eten is zo lekker en het concept van prikkers-tellen-en-betalen vind ik zo leuk dat ik het graag met iemand wil delen. Niet Facebook-delen, maar hier en nu delen. Gewoon dat er dan twee glazen wijn op tafel staan en dat niemand vraagt of de stoel naast me bezet is, omdat er iemand op zit. Een beetje melodramatisch kijk ik om me heen en zucht eens diep. Ik zie een stelletje aan de bar zitten dat ieder naar hun eigen telefoon kijkt. Ik zie een groepje vrienden een beetje stoïcijns voor zich uitkijken. Ik geef ze mijn verhalen mee, maak ze onderdeel van complottheorieën en verweef dit met de werkelijkheid. Beetje zoals Paula Hawkins in The Girl on the Train doet, maar dan iets minder psycho. Hoop ik. Zo dacht ik zo-even nog dat die twee naast mij vader en dochter waren, maar na een kleine analyse van hun lichaamstaal lijkt die interpretatie weinig plausibel. Het schrikeffect bij mij lijkt er wel groter van te worden. Misschien zijn ze tóch vader & dochter, maar dan met een liefdesrelatie. Hóé zou je zo ver kunnen komen? Mooi vind ik dit soort overpeinzingen. Ik ben een sucker voor dit soort absurde verhalen, affaires en intriges. Ik zou het bijna jammer vinden dat ik nooit het leidend voorwerp ben geweest in een ordinaire affaire in de kantoortuin.

Weer even terug naar het restaurant en het eten. Langzaam maar zeker loopt het vol. Ik wilde schrijven dat ik verbaasd ben dat ik de enige ben die hier alleen is, maar eigenlijk ben ik dat niet. Want ondertussen staat er een tapa voor me. Een stukje zalm met een uitgeperste teen knoflook erop. Misschien twee. En God, wat ben ik blij dat ik hier alleen met mijn (inmiddels #2) glas wijn en schrijfboekje zit. Proost!

PS Twee bedrijfjes? Ik? Correct! Binnenkort lees je er meer over!

Wat het ABN bestuur écht zei

Eergisteren schreef ik een brief aan meneer Zalm over waarom ik wil overstappen naar Triodos Bank. Ik schreef over de graaigrage bestuurders en ik trok hun integriteit in twijfel. Want, zijn zij er echt op uit om de bank, de financiële sector en de wereld beter te maken? Handelen zij vanuit visie en dromen? Ik wist het niet en stelde mijn vragen aan meneer Zalm.

En er kwam antwoord. Niet van meneer Zalm himself. Maar een verklaring van het bestuur dat ze afziet van hun salarisverhoging. Die kon rekenen op een round of applause: de politieke partijen vonden het een positief teken en om mij heen kreeg ik gekscherend te horen dat mijn blog heeft gewerkt. Maar even eerlijk? Mijn applaus krijgen ze niet.

Ik heb de verklaring met open mond, grote ogen en opgetrokken wenkbrauwen gelezen. De verklaring komt op het volgende neer:

Beste mensen van Nederland,

Kap godverdomme met zeiken. Wij hebben recht op deze vergoeding, want het staat in de wet, is vastgelegd in een aandeelhoudersbesluit, is in overeenstemming met de minister van Financiën en is gemeld aan de Tweede Kamer. En bovendien afspraak = afspraak. Daarnaast hebben we ook nog eens zes jaar lang met ziel en zaligheid gewerkt om Fortis en ABN klaar te maken voor de beursgang. En daar heeft Jeroen Dijsselbloem tot onze grote ergernis een stokje voor gestoken. Dus weet je wat. We leveren wel dat tonnetje Euro’s in, dan is alles weer goed en zijn we van dat gezeik af. Ok? Ok. En oh ja, sorry dat we ons aan de wet hebben gehouden en dat jullie, het proletariaat, dat in het verkeerde keelgat is geschoten.

Het bestuur ABN

PS Jeroen, morgen 13.00 bij jou op kantoor? Wij nemen de pennen mee!

Excuses voor een verkeerde inschatting? Excuses voor het losgeslagen zijn van de maatschappij? Excuses voor het egoïstisch handelen? Nee hoor, die krijgen we niet. Ze zien ervan af omdat iedereen liep te mekkeren en niet omdat de actie (of conversie, zoals zij het noemen) controversieel, ongepast of amoreel is.

Goed om te weten. Mijn beslissing om over te stappen is de juiste.

Beste meneer Zalm, het is mooi geweest. Ik ga.

Beste meneer Zalm,

Tien jaar. Zo lang ben ik al klant van ABN Amro en dus ook uw klant. In een tijd van vluchtige en oppervlakkige relaties tussen klant en bedrijf is tien jaar best een tijd. Realiseert u zich dat wel eens? Afgelopen week heb ik voor het eerst overwogen om mijn privé en zakelijke rekening bij jullie op te zeggen en over te stappen. Dat doet toch een beetje pijn na tien jaar. En ik kan me voorstellen dat u wilt weten waarom ik aan onze relatie ben gaan twijfelen. Daarom leest u mijn toelichting hieronder.

Allereerst: ik was trots om uw klant te zijn 
We schrijven 19 september 2014: Programmadag Begrijpelijke Taal. ABN hostte de dag en tijdens het slotakkoord schoof u ook even aan voor de groepsdiscussie. Aldaar sprak u legendarische woorden. U zei, en ik citeer: “Begrijpelijke taal moet de standaard worden”, “Begrijpelijke taal bespaart kosten” en “Ik ben wel een van de gelovigen”. En u mag het best weten, meneer Zalm, op dat moment was ik trots op mijn groene pasje in mijn portemonnee. De reden dat ik fan was van uw bank. Uw bank zet zich in voor begrijpelijke taal. U helpt mij die jungle door. U weet dat ook hoogopgeleiden heus niet zitten te wachten op ingewikkelde financiële teksten. Hulde!

Waarom ik voor u koos
 Maar goed, tien jaar geleden was begrijpelijke taal nog niet hot. Eerder ongewenst. Waarom koos ik dan toch voor ABN? Misschien omdat uw rente 0,4% hoger was en ik op mijn 21e dacht dat ik miljonair zou worden? Misschien omdat de meneer van uw concurrent iéts te opdringerig was? Misschien wel omdat uw collega die mij hielp op vrijdagavond altijd frietjes bij Bram Ladage, waar ik toen werkte, kwam halen? In ieder geval: ik koos niet voor u omdat ik me zo goed kon vinden in uw kernwaarden, in uw visie op duurzaamheid of omdat ik uw financiële jaarverslag had gelezen en dat zo veel vertrouwen gaf voor de toekomst. Onze toekomst. Ik koos tien jaar geleden en vond het tien jaar lang wel prima zo. Ik heb überhaupt nooit overwogen om weg te gaan. Tot afgelopen week.

Vertel het me maar… 
Afgelopen week zat ik aan de leestafel in mijn lievelingskoffietentje en zag een krantenkop voorbij komen “Ze moeten zich de ogen uit hun kop schamen”. Over de salarissen en bonussen bij onder andere uw bank. Een vast salaris van 707.500 Euro: dat is wat uw bestuurders krijgen. Ik vind dat veel. Heel véél. Exorbitant veel, eigenlijk. En ik heb hier maar één vraag over: waarom vond u dat ‘redelijk’ en dus een goed idee? Vertel het me maar. In begrijpelijke taal graag.

… want ik begrijp het gewoon niet
 Want weet u, meneer Zalm, ik begrijp het niet. Ik snap niet hoe het kan dat uw bestuurders vinden dat ze meer geld verdienen terwijl uw bank bestaat bij gratie van de overheid en de belastingbetaler. Hoe veel reorganisatierondes heeft u afgelopen jaren uitgevoerd? Hoe veel van uw collega’s weten zeker dat ze volgende maand nog een baan hebben? Hoe veel collega’s heeft u al met een kartonnen doos onder hun arm zien vertrekken? Hoe kunt u loonsverhogingen van 100.000 Euro per jaar voor uw bestuurders verantwoorden als de rest niets erbij krijgt? Hoe kunt u een bank besturen met mensen die zo geldbelust lijken? Denkt u dat zij werken vanuit hun passie en visie? Dat zij oprecht willen dat het beter gaat met de ABN? Ik weet het niet, daarom stel ik deze vragen aan u.

Wereldvrede Misschien bent u bang dat zij vertrekken naar Londen? Of Frankfurt? Ik zou zeggen: láát ze lekker. Het zegt meer dan genoeg over hun betrokkenheid. Lijkt mij. Maar ja, wie ben ik? 

Kijk, ik begrijp best dat u en uw bestuurders een belangrijke, verantwoordelijke functie hebben, op hun eigen manier werken aan wereldvrede en dat daar een vergoeding tegenover hoort te staan. En dat die vergoeding voor hen hoger is dan, bijvoorbeeld, voor mij als speler in de kantoortuin, dat snap ik ook nog. Maar het loopt weer een beetje uit de hand, vindt u niet?

Tot slot
 Ik verwacht niet dat u het voelt, als ik ál mijn centjes overschrijf naar een andere bank. Mijn eigen onderneming is nog niet zó succesvol dat ik mijn eigen private banker heb toegewezen gekregen. Maar laat het een signaal zijn. En als u mijn vragen wilt beantwoorden, kunt u een reactie hieronder achterlaten of mailen naar koffieverkeerd@simoneschrijft.nl.

Ok, doei. Het gaat u goed,

Simone

PS En nog iets praktisch, maakt een ton eigenlijk het verschil als je al binnen bent?

Abn amro triodos

 

UPDATE: Inmiddels heeft het ABN-bestuur laten weten dat ze afzien van de salarisverhoging. Mijn duiding van hun verklaring lees je hier.

Mevrouw Lammers: Sorry…

Soms lees je van die boeken die je leven veranderen. Soms omdat het verhaal zo mooi is, dat je zou willen dat je zelf de hoofdpersoon was. Of juist niet. Het boek neemt je mee naar plekken, situaties en tijden waar je niet bent, maar toch ook een beetje wel. Dat is het magische van lezen. En ook van schrijven, want als je dat kan, dan ben je echt een grote.

Maar soms verandert een boek je leven door de zinnen en woorden die erin staan. Meeslepend en prachtig. Zo mooi dat je zou willen dat je het zelf had schreven. Of in ieder geval kon bedenken. Dat er zulke rake vergelijkingen of beeldspraken in staan dat even geen lucht krijgt omdat je zo meegenomen wordt. Of dat je ze nog 3 keer leest, gewoon omdat ze zo mooi zijn.

En het mooiste van schrijven, is wat je in het hoofd van de lezer laat gebeuren. Wat je niet schrijft, daar gaat het eigenlijk om. De afweging wat vertel je wel en wat vertel je niet. Ik heb wel eens gedacht dat boeken net zo snel geschreven worden als dat ik ze lees. Dat blijkt wonderwel een misvatting. Sinds ik zelf een poging heb gedaan tot fictie schrijven, kan ik je vertellen: achter iedere zin en elk woord zit een verhaal, honderd afgewogen en afgevallen alternatieven en gedachtes. En tegelijkertijd is dat ook wat ik er zo mooi aan vind: ik kan álles laten gebeuren. In het proces van het verhaal dat vorige week op achtentwintiger verscheen, was de hoofdpersoon eerst verliefd geworden op een bakker (maar ik vond een barista toch leuker, dus verplaatste ik de vriendinnen naar een koffietentje), de meneer in haar bed was eerst een willekeurige meneer uit de kroeg (maar om er toch wat relatieve diepgang in te brengen, werd hij uiteindelijk een oude bekende). Zinnen als ‘Hij maakte mijn dagen zo veel leuker dan ik dacht dat ze zouden kunnen zijn.’ schreef ik al eerder maar dan in de ‘jij’-vorm en in tegenwoordige tijd.

En toen las ik de boeken van Griet op de Beeck… Ze blies me van mijn sokken. Haar debuut ‘Vele Hemels Boven De Zevende’ is het mooiste boek dat ik afgelopen jaren heb gelezen. De plottwist was hartverscheurend en ik weet zeker dat Robert Frost gelijk had toen hij schreef “No tears in the writer, no tears in the reader.” Maar ook haar tweede roman die ik afgelopen weken las, was prachtig. Het Belgisch, de poëzie in de zinnen (“Alsof huilen zou helpen tegen wat dan ook”), de pijn van de hoofdpersonen die ik vóélde en de intense hékel die ik kreeg aan een van de personages… Het was fantastisch. En één zin wil ik met jullie delen:

“… Alsof mijn hart scheurt in al zijn naden”

Lees hem nog een keer: alsof mijn hart scheurt in al zijn naden. Wat zie je? Wat voel je? Ik vermoed zo veel meer dan die acht woorden die er staan. Mooi he…

Ik moet de laatste tijd vaak denken aan mijn Engelse docente Mevrouw Lammers. We lazen Catcher in the Rye in de derde klas en ik vroeg haar of zij nu écht, wérkelijk dacht dat Salinger al die diepere lagen bedoelde toen hij over Holden, zijn rode hunting hat en de draaimolen schreef. De blik in haar ogen toen ik die vraag stelde, herinner ik me nog als de dag van gisteren. Het was verbazing, verwondering en wat nog meer… woede? Plaatsvervangende hulpeloosheid? Of misschien wel ontreddering? Kon het ooit nog goed komen met dit meisje? Het was allemaal terecht.

En het is misschien een beetje laat. Maar mevrouw Lammers, sorry. Sorry, dat ik het schrijven onderschatte. Dat ik dacht dat toeval in literatuur bestond. Dat ik vermoedde dat kleuren, namen en plaatsen lukraak gekozen worden. Maar, ik denk dat het goed gekomen is.

Timedropping: een bestaand concept, nu mét woord

De kantoortuin is een bijzondere omgeving die zich met weinig andere plekken laat vergelijken. Doorgaans zit het proletariaat met elkaar in een open ruimte van bureaus, lege koffiebekers en semi-dode planten. De managers zitten in afgesloten hokken maar… als de deur open staat, mag je naar binnen. En ook in die hokken zijn de planten half dood en wemelt het van de lege koffiebekers. Daarnaast onderscheidt de kantoortuin zich van andere plekken op de wereld door de bijzondere semantiek die ze daar bezigen. Dit wil zoveel zeggen als: die kantoorlui spreken een aparte taal.

De Taal der Kantoortuin kenmerkt zich, onder andere, door clichés, beeldspraken en metaforen. Ze leggen dingen in de kast, zoeken naar synergie, ze willen contracten doorontwikkelen, laten zaken weken, kijken wat er onderaan de streep overblijft en ze verlaten (geheel out of the box) bestaande kaders. Nou, nou, phoe, phoe. Ze zijn er maar wat druk mee.

Deze taal heeft twee doelen: allereerst profileren: doen alsof je supertof bent. Heel belangrijk. Zeer belezen in het genre Managementboek. En vooral erg interessant. Het tweede doel is verhullen. Eufemismes zoals mijn docenten het op de middelbare school noemden. Of veel geblaat, weinig wol, zoals mijn huisgenoot het bestempelt.

Er is nog een ander, interessant fenomeen dat ronddwaalt in de kantoortuin: het casueel laten vallen van zaken. En dan niet het letterlijk laten vallen van pennen, nietmachines of multomappen. Maar een naam laten vallen: namedropping. Éven een naam noemen om te laten zien hoe tof je bent of om indruk te maken. Bijvoorbeeld: “Ik sprak <naam Belangrijk Persoon> erover en die kon zich vinden in mijn visie.” Of “Ik las van het weekend Tolstoy en ineens zag ik de parallel…” Of, gisteren aan de telefoon gehoord: “Ja, hij is heel leuk hoor, Siem. Hij heeft bij Dennis Storm in het voetbalteam gezeten.” Snap je mijn punt? Dit heet namedropping.

Maar! Er is nog iets. Iets wat váák voorkomt, knetterirritant is (n=5) en wat eigenlijk zegt: “Check mijn toewijding!” Ik noem dit concept: timedropping. Éven een tijdstip laten vallen. Éven casueel zeggen dat je om 715 al achter je bureau zat. Éven laten weten dat jij de lichten aan gedaan hebt. Éven de suggestie wekken dat jouw werkethos onovertroffen is. Timedropping dus, onthoud die term.

Mijn advies? Laat lekker lullen. Om drie redenen:

  • Iets met kwaliteit en kwantiteit.
  • Het is wetenschappelijk aangetoond dat het beter is om rond 10.00 te beginnen met werken. Dat stond gisterenochtend in <namedropping> De Telegraaf. Dus… dan is het waar.
  • Maar überhaupt: welk normaal persoon kan met goed fatsoen om 6.30 een warm bed uitkomen met deze kou? Zonder aantoonbare reden. Ik vind het op zijn minst verdacht.

Timedropping: het is een bekend concept, maar had nog geen naam. Bij deze dus. En, wees waakzaam!

Timedropping kantoortaal

Tip voor iedereen die wel eens met vrouwen praat

Of voor als je wel eens met mannen praat.

Vrouwen schijnen in de regel wat meer te praten dan mannen. Ik kan me daar wel wat bij voorstellen. Dat is natuurlijk enorm gezellig en onderhoudend. Het vrouwengepraat gaat vaak, en dan kijk ik even naar mezelf, van de hak op de tak. Dan vertel ik iets over het weekend, dan iets over een vakantie van een jaar geleden, dan iets over mijn nieuwe schoenen, dan iets over mijn heerlijke koude (!) boerenkoolsalade, dan iets over… En ondertussen vind ik het heel gek dat niet iedereen alles onthoudt. Is deze instelling héél anders dan de modus? Ik vraag het me af.

Maar gelukkig goed nieuws voor mijn toehoorders. Ik heb er sinds een jaar of 10 een trucje voor ontwikkeld. Een hulpmiddel om aan te geven dat er een belangrijke boodschap aankomt. Dat je nu écht even moet luisteren.

Als je schrijft, heb je dat natuurlijk ook. Je wilt heel veel vertellen, maar voor de lezer zijn er maar één of twee boodschappen relevant. Als je naar klanten, leveranciers of collega’s schrijft, adviseer ik om die belangrijke boodschappen maar gewoon als eerst te vertellen. Dan ben jij ervan af en de lezer weet waar ie aan toe is. Dan kunnen jullie weer door met echt belangrijke kantoortuindingen. Schrijf je mooi proza? Dan kan je beter het einde gebruiken om je clou te vertellen.

Oh trouwens, had ik al verteld dat ik voor mezelf ga beginnen? Yes, ga ik! Freelance schrijven, tekstadvies en alles wat met letters en spaties te maken heeft. Dus. Dan weet je dat.

En waarschijnlijk weet je nu ook wat mijn trucje is om de aandacht te trekken naar mijn hoofdboodschap.

Stop de CUM!

Iedere maand hebben we een afdelingsmeeting. En die noemen we de CUM*. Ik verzin dit niet. En die naam heb ik ook niet verzonnen.

Ondertussen ben ik maar een lobby gestart om de naam te veranderen, waar deze blog een onderdeel van is. Ik hoop natuurlijk op veel verbaasde gezichten** zodat men de CUM een andere naam geeft. Het maakt me nog niet eens uit wat het wordt, anything will do. Wat ik tijdens het opstarten van mijn lobbypraktijken even over het hoofd heb gezien, is dat ik de helft van mijn collega’s moet uitleggen waarom ik CUM zo’n wonderlijke naam voor een vergadering vind en waarom ik er zo tegenaan loop te schoppen. Dus… “Google het maar even.” ***

Maar goed, daar zat ik dus maandagochtend 10.00 en het verhaal brandde los. Bij de term customer intimacy fronste ik even omdat ik me afvroeg hoe het kwam dat die term alles uitstraalde wat het niet is: afstand.

Nu is afstand een concept waar ik tegelijkertijd heel goed in ben en ook weer helemaal niet. Ik ben er heel goed in omdat ik, bijvoorbeeld, mijn dates afgelopen jaren zelden bij hun naam heb genoemd. De Hond, de Bosniër, om wat voorbeelden te noemen. Ook andere onderdelen van het dateproces benader ik alsof het een zakelijke interactie is: van duurzame modellen tot intentieverklaringen. Heel relaxt, want dan kan het ook niet te dichtbij komen. Zelfbescherming enzo. Aan de andere kant lopen werk en privé soms, een beetje door elkaar heen: tijdens borrels heb ik toch wat andere gesprekken met collega’s dan in de kantoortuin. Toch neem ik me, iedere keer dat ik van baan verander, voor om “me nu echt wat afstandelijker op te stellen.” ****

De reden waarom customer intimacy afstandelijk klinkt, is omdat het een Engelse term is. Niet heel verrassend. Echter! Ik ontdekte vanmorgen ook dat ik, en misschien wel meer mensen, Engelse termen gebruiken om enge dingen te zeggen. En intimiteit met je klanten, ja dat is toch een beetje eng. Je zegt de boodschap wel, maar door het in het Engels te zeggen, plaats je er toch een soort buffer tussen. Iets meer afstand en iets minder persoonlijk. Ik geef geen voorbeeld, maar ben benieuwd naar jouw ervaring!***** Wanneer schakel jij ineens over in het Engels? Al is het maar voor een woord, een zinsnede, een halve zin… Dan ga ik verder mijn spandoek verven. Stop de CUM!

* CUM is de logische afkorting voor de Commerciële Update Meeting.
** Verbaasd gezicht getrokken? Maak dit kenbaar door deze post te liken, interessant te vinden of te retweeten 🙂
*** Mam, jij niet. Thanks!
**** Dit is een goed moment om de lachband te starten.
***** Laat het me gerust weten. Ben namelijk echt benieuwd of ik de enige ben die dit doet.

Een ode aan het beletselteken (…)

Behoorlijk zonde, dat niemand mij ooit de vraag heeft gesteld wat ik de mooiste letter van het alfabet vind, of het mooiste teken van de interpunctiereeks. Het antwoord op deze laatste vraag zit al een tijdje in mijn hoofd. En aangezien deze blog toch een soort monoloog is, doe ik wel alsof iemand mij deze vraag heeft gesteld en dat ik dan het antwoord opschrijf.

Interpunctie wordt vooral gezien als functioneel: je maakt je tekst er leesbaarder mee. Met een punt scheid je zinnen en met een dubbele punt geef je bijvoorbeeld aan dat er een opsomming aankomt. Handig! Maar interpunctie is meer dan dat. Je zou het zelfs een stijlfiguur kunnen noemen. Voor de schrijver in mij is interpunctie mijn lievelingsspeeltje: de toyboy van mijn pen, de wasknijper in de speelgoedwinkel en de rode doek waarmee ik lezers de ene of de andere hoek in stuur. Ik bepaal de manier waarop jij deze tekst leest met de punten en komma’s.

Vind. Ik. Dus. Supermooi. Dat je deze vier woorden hakkelend in je hoofd leest en dat ik dat heb geregeld.

Het mooiste interpunctieteken vind ik het beletselteken. Beletselteken? Yes, dat is de officiële doch saaie naam voor de drie puntjes. Puntje, puntje, puntje: …

Met die drie puntjes geef ik, de schrijver, jou, de lezer, een moment van rust, al is het maar een halve seconde. Je krijgt de tijd om even na te denken: over het verhaal, over de afloop, over de situatie of over… wat dan ook. Spanning, bezinning, koestering en relativering. En dat allemaal met drie puntjes. Mooi hè?

Dit wist ik al een tijdje, maar sinds een paar maanden ben ik erdoor gefascineerd. Want, weet je, die drie puntjes gelden eigenlijk voor allesch. En allesch, dat is véél! Nadenken voordat ik een beslissing neem. Mooie momenten koesteren. Bij vervelende situaties denken “this shall pass too”. Al is het maar een halve seconde. Het is soms zo druk en chaotisch in mijn hoofd dat het voelt alsof ik die bezinning wel kan gebruiken.

En dus staan er sinds twee maanden drie puntjes aan de binnenkant van mijn linkerpols. Eerst met watervaste stift en nu met tijdvaste inkt…

Blog op WordPress.com.

Omhoog ↑