Terwijl buiten de zon scheen, zat ik in het kerkje. In de koelte, de stilte en de rust. Gidsen liepen fluisterend langs me heen met de toeristen in een treintje achter hen aan. Her en der een klik van het fototoestel, maar de rust bleef.

Ook al probeerde ik nergens aan te denken, dienden gedachtes zich een voor een aan. Flashbacks van het waanzinnige concert van Adele. Gedachtes aan afgelopen zondag, toen ik wat wijntjes dronk bij de Westerwijnfabriek. En dat het ik heerlijk vond om zo vrij te zijn dat ik op een willekeurige woensdag in juni in Lille kon zijn en daar in een kerkje zat te zitten.

Ik realiseerde me dat ik vaak aan oma denk, maar niet iedere dag en vroeg me af of dat erg is. Of dat dit betekent dat ik haar langzaam aan het vergeten ben. Ik dacht terug aan de laatste gesprekken met haar en aan wat ik op haar begrafenis heb verteld. Ik las mijn verhaal terug, terwijl ik net niet hard genoeg knipperde om de tranen tegen te houden. In gedachte vertelde ik oma over alles van afgelopen maanden. Mijn antwoord als ze me zou vragen “hoe het op de zaak” gaat of wat ik zou zeggen als ze zou vragen of ik de afgelopen tijd een nieuwe, leuke meneer heb ontmoet. Ik moest ervan glimlachen en zei in gedachte tegen haar dat ie wel normaal lijkt. En merkte dat mijn mondhoeken opkrulden. Godver.

Ik zette mijn zonnebril op, haalde diep adem, liep het kerkje uit. En ik belde mijn moeder, want die wist tenslotte niet dat ik in Lille was.