Je weet: als je naar Guus Meeuwis gaat, dan wordt er met bier gegooid.

Gisteren stond ik in Paradiso naar Guus te luisteren. Op mijn inmiddels vaste stek: rechts van het podium op de eerste ring. Het is mijn lievelings: zie foto. Het concert begon om 20.30 en om 20.04 kocht ik de tickets. Lang leve TicketSwap en Amsterdam. Na 5 minuten printerstress, besloot ik om op de fiets te springen zodat ik nog wel op tijd was. Kaartjes kunnen tenslotte ook vanaf een telefoon gescand worden tegenwoordig.

Ik zong vol overgave mee wat ik mee kon zingen, mijn handen klapten hard en ik sprong als er maar enige aanleiding voor was. Verwacht geen diepzinnige recensie van het concert. Want akoestiek? Die zal wel goed zijn geweest, want Paradiso heet niet voor niets Poptempel. Want zang? Guus zingt wel gewoon lekker steady en zuiver. Want sfeer? Guus & zijn mannen kunnen wel een feestje maken. Want repertoire? Een mooie mix van liedjes die ik mee kon schreeuwen, mee kon hummen en niet mee kon hummen. Een doos met herinneringen werd geopend. De mevrouw voor me pinkte traantjes weg bij het horen van ‘Dat komt door jou’, iedereen was doodstil bij ‘Toen ik je zag’ en bij ‘Tranen gelachen’ zong iedereen ‘met zonder jas stap ik naar buiten’ net iets harder mee omdat het de mooiste incorrecte uitdrukking van de Nederlandse taal is. Ik zuchtte, glimlachte en bedacht me hoe fan-fucking-tastisch dit weekend was.

En toen kwam de toegift. Brabant: heel Amsterdam zong uit volle borst mee. Kippenvel. Mag ik dansen: heel Amsterdam danste Paradiso rond. Gekkenhuis. En de afsluiting natuurlijk: ’t Dondert en het Bliksemt, en HET REGENT METERS BIER.” Paradiso veranderde in een dolle polonaise. En ik was de enige die de inhoud van mijn bierglas naar beneden gooide. Maar het maakt me niet uit, de lente begint.